Banner sluiten
Brain Guides

Mirtazapine-gids: farmacologie, indicaties, doseringsrichtlijnen en bijwerkingen

Gepubliceerd op 16 mei 2025 Vervaldatum certificering: 16 mei 2028 DOI: 10.64239/PI-NL-BG010

Sebastián Malleza, M.D.

Psychiatrist & Medical Editor - Psychopharmacology Institute

Gratis downloads voor offline toegang

  • Pdf-bestand gratis downloaden

In het kort

Mirtazapine versterkt de noradrenerge en serotonerge neurotransmissie
via antagonisme van alfa-2-receptoren en blokkade van 5-HT2/5-HT3-receptoren.
Het is met name geschikt voor depressieve patiënten met insomnie,
angst of verminderde eetlust. In tegenstelling tot SSRI’s/SNRI’s veroorzaakt
mirtazapine minimale seksuele disfunctie en gastro-intestinale bijwerkingen.
Lagere doses (≤15 mg) zijn sedatiever dan hogere doses.

Diagram: Mirtazapine · ✅ Voordelen · ❌ Nadelen · Nuttig bij depressieve patiënten met insomnie · Weinig seksuele disfunctie en gastro-intestinale bijwerkingen · Kan de eetlust verbeteren bij patiënten met ondergewicht · Gewichtstoename/metabool risico · Sedatie bij lage doses · Orthostatische hypotensie; voorzichtigheid geboden bij leveraandoeningen
  • Voorkeur voor mirtazapine boven andere antidepressiva:
    • Depressie met uitgesproken insomnie of slechte eetlust, vanwege de H1-
      en 5-HT2/3-receptorblokkade
    • Wanneer seksuele disfunctie een bezwaar is (overstap van
      SSRI’s/SNRI’s)
    • Bij patiënten met slechte eetlust of gewichtsverlies
    • Wanneer gastro-intestinale bijwerkingen het gebruik van SSRI’s/SNRI’s beperken
  • Alternatieven verdienen de voorkeur bij:
    • Patiënten met obesitas of metabool syndroom
    • Bezorgdheid over sedatie die het dagelijks functioneren beïnvloedt
    • Patiënten met leverinsufficiëntie
    • Voorgeschiedenis van orthostatische hypotensie

Farmacodynamiek en werkingsmechanisme


  • Mirtazapine is een tetracyclisch antidepressivum dat werkt als antagonist
    op centrale presynaptische α2-adrenerge autoreceptoren en heteroreceptoren [1]
    • Dit mechanisme versterkt zowel de noradrenerge als de serotonerge
      neurotransmissie
    • Het is ook gekarakteriseerd als een noradrenerg en specifiek serotonerg
      antidepressivum (NaSSA) [2]
    • Geen directe remming van serotonine- of norepinefrine-heropname
  • Serotonerge effecten:
    • Potente antagonist op 5-HT2- en 5-HT3-receptoren [1,3]
    • Mirtazapine verhoogt de noradrenerge en 5-HT1A-gemedieerde serotonerge
      neurotransmissie, ondanks het ontbreken van significante intrinsieke affiniteit
      voor 5-HT1A- en 5-HT1B-receptoren [1,4]
    • Dit unieke profiel kan de lage incidentie van seksuele disfunctie en
      gastro-intestinale bijwerkingen ten opzichte van SSRI’s verklaren [5]
  • Antihistaminerge effecten:
    • Potente H1-receptorantagonisme [1,3,6]
    • Vertoont een inverse dosis-responsrelatie met sedatie — lagere doses
      (≤15 mg) zijn sedatiever dan hogere doses, doordat noradrenerge effecten
      bij hogere doses de histamineblokkade tegenwerken [7–9]
  • Aanvullende receptorbinding:
    • Matig antagonisme op perifere α1-adrenerge receptoren [3]
    • Zwak muscarinereceptorantagonisme [6]
    • Dit kan bijdragen aan bijwerkingen zoals orthostatische hypotensie en
      milde anticholinerge effecten.

Farmacokinetiek

Metabolisme


  • Primair gemetaboliseerd via CYP1A2, CYP2D6 en CYP3A4 [1,10]
  • Mirtazapinespiegels mogelijk verhoogd door:
    • Sterke CYP3A4-remmers (bijv. ketoconazol): verhogen piekplasmaconcentraties
      met ~40 % en de AUC met ~50 % [1]
    • Cimetidine (remmer van CYP1A2, CYP2D6 en CYP3A4): verhoogt de AUC met
      >50 %
      [10]
    • Overweeg de mirtazapinedosis te verlagen bij gebruik van deze
      remmers
  • Mirtazapinespiegels mogelijk verlaagd door:
    • Sterke CYP3A4-inductoren:
      • Carbamazepine: verlaagt plasmaconcentraties met ~60 % [1]
      • Fenytoïne: verlaagt plasmaconcentraties met ~45 % [1]
    • Roken: verlaagt spiegels door CYP1A2-inductie [1]
    • Overweeg de mirtazapinedosis te verhogen bij gebruik van inductoren
      en monitor de therapie bij rokende patiënten
  • Mirtazapine dient voorzichtig te worden gebruikt in combinatie met andere
    QT-verlengende middelen zoals haloperidol, aangezien gelijktijdig gebruik het
    risico op QT-intervalverlenging kan verhogen.
  • Gelijktijdig gebruik van warfarine met mirtazapine kan resulteren in een
    verhoogde INR [1]
    • Monitor de INR bij gelijktijdig gebruik van warfarine
  • Serotonerge middelen:
    • Gelijktijdig gebruik vereist zorgvuldige afweging.
    • Monitor op serotoninesyndroom bij gebruik van andere serotonerge
      geneesmiddelen (SSRI’s, SNRI’s, triptanen, tricyclische antidepressiva)
    • Dit geldt eveneens voor tramadol, tryptofaan en sint-janskruid
  • Gecontra-indiceerd met MAOI’s [11]
    • Na het staken is een uitwasperiode van 14 dagen vereist voordat met
      een MAOI kan worden gestart
    • Na het staken van een MAOI is een uitwasperiode van 14 dagen vereist
      voordat mirtazapine kan worden geïnitieerd

Halfwaardetijd

  • De halfwaardetijd van mirtazapine bedraagt ongeveer 20-40 uur; bij vrouwen
    is de eliminatiehalfwaardetijd significant langer dan bij mannen [10]
  • Het (–)-enantiomeer heeft een eliminatiehalfwaardetijd die ongeveer tweemaal
    zo lang is als die van het (+)-enantiomeer [1]

Toedieningsvormen

Toedieningsvormen

  • Immediate-release:
    • Tabletten
      • 7,5 mg, 15 mg (breukgleuf), 30 mg (breukgleuf), 45 mg
      • Generiek, Remeron
    • Orodispergeerbare tabletten
      • 15 mg, 30 mg, 45 mg
      • Generiek, Remeron SolTab
      • Overwegingen bij de toedieningsvorm
        • Bewaren in de blisterverpakking tot vlak voor gebruik
        • Mag niet worden gedeeld of fijngemalen
        • Bevat fenylalanine (bestanddeel van aspartaam)

Indicaties

Door de FDA goedgekeurde indicaties

Depressieve stoornis (MDD)

  • Eerstelijnsbehandeling met antidepressiva voor MDD [12,13]
  • Bijzonder effectief bij depressie met slaapstoornissen en angstsymptomen dankzij het unieke receptorprofiel [6]
  • Kan een goede keuze zijn voor patiënten met verminderde eetlust of gewichtsverlies door depressie [6]
  • Dosering:
    • Startdosering: 15 mg eenmaal daags voor het slapengaan (vanwege de sederende eigenschappen) [1]
      • Gevoelige patiënten: 7,5 mg daags bij angstgevoelige patiënten [14]
    • Dosisverhoging in stappen van 15 mg met intervallen van 1-2 weken
    • Streefdosering: 15-45 mg/dag
    • Maximale dosering: 45 mg/dag (hoewel doseringen tot 60 mg onderzocht zijn)
      [15]

Off-label toepassingen

Paniekstoornis

  • Alternatief middel voor patiënten die niet reageren op SSRI’s [16]
  • Twee open-labelstudies hebben werkzaamheid bij paniekstoornis aangetoond [17,18]
  • Dosering:
    • Startdosering: 15 mg eenmaal daags voor het slapengaan
    • Dosisverhoging in stappen van 15 mg met intervallen van ≥1 week
    • Streefdosering: 30 mg/dag (gemiddelde in klinische studies)
    • Maximale dosering: 45 mg eenmaal daags [19]

Seksuele disfunctie geassocieerd met SSRI’s

  • Meta-analyse toonde significant lagere incidentiecijfers aan vergeleken met SSRI’s
    [20]
    en andere antidepressiva [21]
  • Twee mogelijke strategieën voor behandeling:
    • Strategie 1: Overschakelen op mirtazapine
      • Overweeg vóór de overstap een afwachtend beleid gedurende 2-8 weken, aangezien seksuele bijwerkingen spontaan kunnen verdwijnen [21]
      • Gebruik bij de overstap een geschikt schema (kruislingse afbouw over 1-2 weken of onmiddellijke overstap) [22]
      • Start mirtazapine en titreer op naar een therapeutische dosis op basis van de primaire indicatie
    • Strategie 2: Aanvullende therapie
      • Mirtazapine in lage dosering (15-30 mg/dag) als adjuvans bij lopende SSRI-behandeling heeft effectiviteit aangetoond bij de reductie van seksuele disfunctie [23,24]

Bijwerkingen

Veelvoorkomende bijwerkingen

  • Somnolentie (incidentie 54 %)
    • Meest voorkomende bijwerking en reden voor staken, met name bij lagere doses [1]
    • Omgekeerde dosisrelatie: lagere doses (≤15 mg) veroorzaken meer sedatie dan hogere doses (>15 mg) [7,8]
      • Mechanisme: voornamelijk door H1-antihistaminerge effecten bij lagere doses; hogere doses activeren de noradrenerge transmissie, wat de sedatie gedeeltelijk compenseert [79]
    • Tolerantie ontwikkelt zich doorgaans binnen enkele dagen [25,26]
  • Gewichtstoename (incidentie 12 %)
    • Behoort tot de antidepressiva met de grootste invloed op het gewicht [27]
      • Korte termijn (4-12 weken): gemiddelde toename van 1,74 kg
      • Lange termijn (≥4 maanden): gemiddelde toename van 2,59 kg
    • Aanzienlijk langetermijneffect:
      • 22 % van de patiënten ervaart >7 % gewichtstoename na 9 maanden [28]
      • Hoogste risico onder antidepressiva in follow-up over 10 jaar (risicoratiorateverhouding: 1,50; 95 %-BI: 1,45-1,56) [29]
    • Mechanisme: gerelateerd aan H1-antihistamine blokkade en 5-HT2C-receptoreffecten [30]
    • Monitor het gewicht regelmatig, vooral in de eerste maanden van de behandeling
    • Overweeg alternatieve antidepressiva bij:
      • Patiënten met obesitas of metabool syndroom
      • Gevallen waarbij gewichtstoename comorbide aandoeningen kan verergeren
  • Verhoogde eetlust (incidentie 17 %) [1,31]
    • Kan therapeutisch worden ingezet bij oudere patiënten of kankerpatiënten bij wie eetluststimulatie gewenst is [32,33]
    • Treedt vroeg in de behandeling op [34]
  • Droge mond (incidentie 25 %) [1]
  • Obstipatie (incidentie 13 %) [1]
  • Duizeligheid (incidentie 7 %) [1]
  • Dyslipidemie
    • Verhoogd cholesterol (incidentie 15 %) [1]
    • Verhoogde triglyceriden (incidentie 6 %)
    • Studies ondersteunen de hypothese dat mirtazapine directe farmacologische effecten heeft op het lipidenmetabolisme, onafhankelijk van gewichtstoename [35]
    • Overweeg een uitgangswaarde en periodieke lipidenmonitoring
  • Hyponatriëmie (incidentie 3-4 %) [36]
    • Risicovolgorde [37]:
      • MAOI > SNRI > SSRI > TCA >
        Mirtazapine
      • Wordt vaak beschouwd als het antidepressivum van voorkeur bij patiënten met een verhoogd risico op hyponatriëmie [36]

Ernstige bijwerkingen

  • Hematologische afwijkingen
    • Agranulocytose en ernstige neutropenie
      • Zeldzame maar ernstige bijwerking
      • Het begin varieerde van 1 dag tot 8 maanden na aanvang van de behandeling, waarbij de meeste gevallen zich voordeden binnen 1 maand na het starten van mirtazapine [38]
      • Het mechanisme is onvoldoende begrepen; voorgestelde routes omvatten immuungemedieerde neutrofielendestructie en directe toxische effecten op beenmergprecursorcellen [38,39]
      • Monitor op tekenen van infectie (koorts, keelpijn, griepachtige verschijnselen) [1]
      • Staak de behandeling bij een significante daling van het aantal witte bloedcellen [1]
    • Geneesmiddelgeïnduceerde immuuntrombocytopenie [40,41]
      • Niet-dosisafhankelijk
      • Het immunologische mechanisme betreft geneesmiddelafhankelijke antilichamen die binden aan bloedplaatjesglycoproteine IIb/IIIa-complexen [42]
  • Serotoninesyndroom
    • Het risico neemt toe bij combinatie met andere serotonerge geneesmiddelen
    • Is ook zelden gemeld bij monotherapie op therapeutische doses [43]
      • Sommige clinici stellen dat het receptorbindingsprofiel van mirtazapine, dat de synaptische serotoninespiegels niet significant verhoogt, het mechanistisch onwaarschijnlijk maakt dat het geneesmiddel echte serotonine-toxiciteit veroorzaakt; zij suggereren dat gerapporteerde gevallen mogelijk een verkeerde classificatie van andere bijwerkingen betreffen [44,45]
    • Wees voorzichtig bij combinatie van mirtazapine met serotonerge geneesmiddelen, met name bij aanvang van de behandeling of bij dosisaanpassingen [1]
  • Activering van manie/hypomanie
    • Hoewel zeldzaam, zijn gevallen met mirtazapine gerapporteerd [46,47]
    • Kan atypisch presenteren met dysforie en agitatie [48]
  • QT-verlenging
    • Het risico neemt toe bij hogere doses
    • Doses tot 45 mg worden over het algemeen beschouwd als klinisch minimaal van invloed op het QT-interval [1,49]
    • Wees voorzichtig bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen [1]
  • Onttrekkingssyndroom
    • SNRI’s, paroxetine en mirtazapine hebben het hoogste risico onder antidepressiva [50]
    • Symptomen kunnen bestaan uit duizeligheid, misselijkheid, angst en slaapstoornissen [1,51]
    • Zeldzame manifestaties omvatten onttrekkingsgeïnduceerde manie/hypomanie en pruritus [52,53]
    • Het mechanisme wordt toegeschreven aan het plotseling wegvallen van de 5-HT2/5-HT3-receptorblokkade; rebound van de H1-receptor kan duizeligheid veroorzaken [54]
    • Geleidelijke afbouw wordt aanbevolen om het risico te minimaliseren [1]

Overige bijwerkingen

  • Orthostatische hypotensie
    • Zelden gerapporteerde bijwerking [1,55]
    • Mechanisme: α1-adrenerge en H1-receptorantagonisme [6]
    • Overweeg bloeddrukmonitoring bij patiënten met een hoog risico
  • Geneesmiddelgeïnduceerde bewegingsstoornissen
    • Akathisie
      • Vaker voorkomend bij hogere doses (30 mg/dag) [ [56]; [57,58]
      • Lagere doses zijn gebruikt om door antipsychotica geïnduceerde akathisie te behandelen, mogelijk door 5-HT2A-receptorblokkade [59]
      • Mechanisme waarschijnlijk gerelateerd aan α2-adrenoreceptorblokkade [57]
      • Het begin varieert van onmiddellijk (enkelvoudige dosis) tot vertraagd (tot 20 jaar na aanvang van de behandeling) [56]
    • Dystonie en dyskinesie
      • Vaker voorkomend bij lagere doses (15 mg/dag) [58]
      • Gerelateerd aan 5-HT2-receptorremming en noradrenerge-dopaminerge disbalans [60,61]
    • Rusteloze-benensyndroom (RLS)
      • Geassocieerd met serotonerge modulatie [62]

Gebruik bij speciale populaties

Zwangerschap

  • Veiligheid in het eerste trimester
    • Risico op aangeboren afwijkingen
      • Geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen volgens meerdere studies, waaronder een landelijk medisch geboorteregister [63,64]
  • Zwangerschapscomplicaties
    • Mogelijk verhoogd risico op vroeggeboorte (13 % versus 2 % in controles) [65]
    • Geen verhoogd risico op:
      • Doodgeboorte of neonatale sterfte [64]
      • Laag geboortegewicht [65]
      • Pre-eclampsie [66]
    • Neonatale adaptatie
      • Slechte neonatale adaptatie bij ongeveer een derde van de blootgestelde zuigelingen [67]
      • Over het algemeen milde en voorbijgaande effecten [68,69]

Borstvoeding

  • Mirtazapine is aanwezig in moedermelk [1,70]
  • Wordt over het algemeen aanvaardbaar geacht tijdens borstvoeding vanwege de minimale blootstelling bij de zuigeling [71]
    • De geneesmiddelspiegels in moedermelk zijn laag [1]
    • Serumspiegels bij de zuigeling zijn doorgaans <1 % van de maternale spiegels [70]
    • Geen gerapporteerde ernstige bijwerkingen bij zuigelingen die borstvoeding krijgen [69]
  • Zuigelingen die borstvoeding krijgen dienen gemonitord te worden op [71]
    • Sedatie
    • Slechte voedingspatronen.
    • Adequaatheid van gewichtstoename.
    • Ontwikkeling
  • Bij het starten van antidepressieve therapie bij behandelingsnaïeve patiënten:
    • SSRI’s zijn doorgaans de eerstekeuzeoptie [72]
    • Mirtazapine kan worden overwogen als de voorgeschiedenis van de moeder wijst op een betere verdraagbaarheid [69]

Leverinsufficiëntie

  • Mirtazapine dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een verminderde leverfunctie [1]
  • Milde tot matige cirrose (Child-Pugh klasse A/B)
    • Startdosis: dien 50 % van de normale indicatiespecifieke startdosis toe [73,74]
    • Maximale dosis: 30 mg/dag
    • Monitor nauwlettend op bijwerkingen
  • Child-Pugh klasse C [75]
    • Overweeg alternatieve middelen
    • Indien gebruik noodzakelijk is:
      • Start op 50 % van de gebruikelijke dosis
      • Maximum: 30 mg/dag
      • Nauwlettende monitoring is essentieel

Nierinsufficiëntie

  • ClCr ≥30 mL/minuut [1]
    • Geen dosisaanpassing noodzakelijk
  • ClCr <30 mL/minuut en hemodialyse/peritoneale dialyse [1,76]
    • Startdosis: 7,5 tot 15 mg eenmaal daags
    • Langzaam ophogen met nauwlettende monitoring
    • Klaring verminderd met ~50 % bij ernstige insufficiëntie

Ouderen

  • Overweeg een lagere startdosis (7,5 mg eenmaal daags) [1]
    • Klaring verminderd (40 % lager bij oudere mannen en 10 % lager bij oudere vrouwen) [1]
  • Oudere patiënten hebben mogelijk een verhoogd risico op hyponatriëmie bij gebruik van mirtazapine, hoewel de incidentie lager is dan bij andere antidepressiva [1,37]

Patiënten met
fenylketonurie

  • Mirtazapine oraal disintegrerende tabletten (Remeron SolTab) bevatten fenylalanine (afkomstig van aspartaam) [1]

Merknamen

  • VS: Remeron, Remeron SolTab
  • Canada: APO‐Mirtazapine, Auro‐Mirtazapine, Auro‐Mirtazapine OD,
    MYLAN‐Mirtazapine, NRA‐Mirtazapine, PMS‐Mirtazapine, PRO‐Mirtazapine,
    Remeron, Remeron RD, SANDOZ Mirtazapine, TEVA‐Mirtazapine
  • Andere landen/regio’s: Actizipine, ADCO Mirteron, Alpreak, Amirel,
    Amiron, Aprimertaz, Arintapin, Auromirta oro, Aurozapine, Avanza,
    Bilanz, Calixta, Ciblex, Combar, Comenter, Contrelmin, Conalpin,
    Depreram, Dinertone, Deprezapina, Divaril, Elaxine, Esprital, Exania,
    Epilfarmo, Farmapina, Itazpam, Jeta, Jewell, Kang duo ning, M zap,
    Matiz, Maz, Mazipine, Melinton, Mira, Miramind, Mirap, Miradep, Miraz,
    Mirazagen, Mirazep, Mirdep, Mirfast, Miro, Miron, Mirnite, Mirpine,
    Mirsol, Milta, Milta od, Mipine, Mirt, Mirtabene, Mirtachem, Mirtalab,
    Mirtalich, Mirtagen, Mirtagamma, Mirtamerck, Mirtamylan, Mirtamor,
    Mirtan, Mirtapax, Mirtaril, Mirtatsapiini ennapharma, Mirtatsapiini
    Teva, Mirtastad, Mirtastadin, Mirtawin, Mirtax, Mirtel, Mitaprex,
    Mitapin, Mitocent, Mitpin, Mitraford, Mitrazac, Mzapine, Mirzaten,
    Mirzaten Q Tab, Mirzagen, Mirastad, Multapine, Mirzentac, Mirzentac
    od, Nasdep, Noxibel, Ociples, Ociplos, Odonazin, Orzap, Pai di sheng,
    Psidep, Rapine, Ramizipine, Rapizapine, Rejoy, Reflex, Remedrint,
    Remeron, Remergil, Remirta, Remirta oro, Remeron soltab, Rezam, Redepra,
    Remixil, Ramure, Saxib, Segmir, Shakes, Sypine, Sinmaron, Smilon,
    Tazepin, Tazamel, Tasomin, Terladep, Tazip, Tizapine, Trimazimyl, U
    Mirtaron, U-Zepine, Valdren, Velorin OD, Vastat, Vastat flas, Zapsy,
    Zania, Zatimar, Zemer, Zapimert, Zapex, Zestat, Zimvaken, Zispin,
    Zismirt, Zispin soltab, Zulin, Zuleptan, Zamir 15, Zamir 30, Zymron,
    Zipdep, Zapmir

Referenties

1. Food, U. S., & Administration, D. (2021). RemeronFDA.pdf.

2. Al-Majed, A., Bakheit, A. H., Alharbi, R. M., & Abdel Aziz, H. A. (2018). Chapter Two – Mirtazapine. In H. G. Brittain (Ed.). Profiles of Drug Substances, Excipients and Related Methodology (Vol. 43, pp. 209–254). Academic Press.

3. Schwasinger-Schmidt, T. E., & Macaluso, M. (2019). Other Antidepressants. Handbook of Experimental Pharmacology, 250, 325–355.

4. de Boer, T. (1996). The pharmacologic profile of mirtazapine. The Journal of Clinical Psychiatry, 57 Suppl 4, 19–25.

5. Hassanein, E. H. M., Althagafy, H. S., Baraka, M. A., Abd-alhameed, E. K., & Ibrahim, I. M. (2024). Pharmacological update of mirtazapine: A narrative literature review. Naunyn-Schmiedeberg’s Archives of Pharmacology, 397(5), 2603–2619.

6. Anttila, S. A. K., & Leinonen, E. V. J. (2006). A Review of the Pharmacological and Clinical Profile of Mirtazapine. CNS Drug Reviews, 7(3), 249.

7. Iwamoto, K., Kawano, N., Sasada, K., Kohmura, K., Yamamoto, M., Ebe, K., Noda, Y., & Ozaki, N. (2013). Effects of low-dose mirtazapine on driving performance in healthy volunteers. Human Psychopharmacology, 28(5), 523–528.

8. Karsten, J., Hagenauw, L. A., Kamphuis, J., & Lancel, M. (2017). Low doses of mirtazapine or quetiapine for transient insomnia: A randomised, double-blind, cross-over, placebo-controlled trial. Journal of Psychopharmacology (Oxford, England), 31(3), 327–337.

9. Radhakishun, F. S., van den Bos, J., van der Heijden, B. C., Roes, K. C., & O’Hanlon, J. F. (2000). Mirtazapine effects on alertness and sleep in patients as recorded by interactive telecommunication during treatment with different dosing regimens. Journal of Clinical Psychopharmacology, 20(5), 531–537.

10. Timmer, C. J., Sitsen, J. M., & Delbressine, L. P. (2000). Clinical pharmacokinetics of mirtazapine. Clinical Pharmacokinetics, 38(6), 461–474.

11. Trintellix FDA.pdf. (n.d.).

12. Lam, R. W., Kennedy, S. H., Adams, C., Bahji, A., Beaulieu, S., Bhat, V., Blier, P., Blumberger, D. M., Brietzke, E., Chakrabarty, T., Do, A., Frey, B. N., Giacobbe, P., Gratzer, D., Grigoriadis, S., Habert, J., Ishrat Husain, M., Ismail, Z., McGirr, A., … Milev, R. V. (2024). Canadian Network for Mood and Anxiety Treatments (CANMAT) 2023 Update on Clinical Guidelines for Management of Major Depressive Disorder in Adults: Réseau canadien pour les traitements de l’humeur et de l’anxiété (CANMAT) 2023 : Mise à jour des lignes directrices cliniques pour la prise en charge du trouble dépressif majeur chez les adultes. Can. J. Psychiatry, 69(9), 641–687.

13. Bauer, M., Pfennig, A., Severus, E., Whybrow, P. C., Angst, J., Möller, H.-J., & Šon behalf of the Task Force on Unipolar Depressive Disorders. (2013). World Federation of Societies of Biological Psychiatry (WFSBP) Guidelines for Biological Treatment of Unipolar Depressive Disorders, Part 1: Update 2013 on the acute and continuation treatment of unipolar depressive disorders. The World Journal of Biological Psychiatry, 14(5), 334–385.

14. Bandelow, B., Allgulander, C., Baldwin, D. S., Costa, D. L. da C., Denys, D., Dilbaz, N., Domschke, K., Eriksson, E., Fineberg, N. A., Hättenschwiler, J., Hollander, E., Kaiya, H., Karavaeva, T., Kasper, S., Katzman, M., Kim, Y.-K., Inoue, T., Lim, L., Masdrakis, V., … Zohar, J. (2023). World Federation of Societies of Biological Psychiatry (WFSBP) guidelines for treatment of anxiety, obsessive-compulsive and posttraumatic stress disorders – Version 3. Part I: Anxiety disorders. World J. Biol. Psychiatry, 24(2), 79–117.

15. The Management of Major Depressive Disorder Work Group. (2022). Management of Major Depressive Disorder (MDD) (2022). Department of Veterans Affairs; Department of Defense.

16. Ribeiro, L., Busnello, J. V., Kauer-Sant’Anna, M., Madruga, M., Quevedo, J., Busnello, E. A., & Kapczinski, F. (2001). Mirtazapine versus fluoxetine in the treatment of panic disorder. Brazilian Journal of Medical and Biological Research = Revista Brasileira De Pesquisas Medicas E Biologicas, 34(10), 1303–1307.

17. Sarchiapone, M., Amore, M., De Risio, S., Carli, V., Faia, V., Poterzio, F., Balista, C., Camardese, G., & Ferrari, G. (2003). Mirtazapine in the treatment of panic disorder: An open-label trial. International Clinical Psychopharmacology, 18(1), 35–38.

18. Montañés-Rada, F., De Lucas-Taracena, M. T., & Sánchez-Romero, S. (2005). Mirtazapine versus paroxetine in panic disorder: An open study. International Journal of Psychiatry in Clinical Practice, 9(2), 87–93.

19. Boshuisen, M. L., Slaap, B. R., Vester-Blokland, E. D., & den Boer, J. A. (2001). The effect of mirtazapine in panic disorder: An open label pilot study with a single-blind placebo run-in period. International Clinical Psychopharmacology, 16(6), 363–368.

20. Serretti, A., & Chiesa, A. (2009). Treatment-emergent sexual dysfunction related to antidepressants: A meta-analysis. Journal of Clinical Psychopharmacology, 29(3), 259–266.

21. Montejo, A. L., Prieto, N., de Alarcón, R., Casado-Espada, N., de la Iglesia, J., & Montejo, L. (2019). Management Strategies for Antidepressant-Related Sexual Dysfunction: A Clinical Approach. Journal of Clinical Medicine, 8(10), 1640.

22. Gelenberg, A. J., McGahuey, C., Laukes, C., Okayli, G., Moreno, F., Zentner, L., & Delgado, P. (2000). Mirtazapine substitution in SSRI-induced sexual dysfunction. The Journal of Clinical Psychiatry, 61(5), 356–360.

23. Ozmenler, N. K., Karlidere, T., Bozkurt, A., Yetkin, S., Doruk, A., Sutcigil, L., Cansever, A., Uzun, O., Ozgen, F., & Ozsahin, A. (2008). Mirtazapine augmentation in depressed patients with sexual dysfunction due to selective serotonin reuptake inhibitors. Human Psychopharmacology, 23(4), 321–326.

24. Atmaca, M., Korkmaz, S., Topuz, M., & Mermi, O. (2011). Mirtazapine augmentation for selective serotonin reuptake inhibitor-induced sexual dysfunction: A retropective investigation. Psychiatry Investigation, 8(1), 55–57.

25. Nutt, D. (1997). Mirtazapine: Pharmacology in relation to adverse effects. Acta Psychiatrica Scandinavica. Supplementum, 391, 31–37.

26. Papazisis, G., Siafis, S., & Tzachanis, D. (2018). Tachyphylaxis to the Sedative Action of Mirtazapine. The American Journal of Case Reports, 19, 410–412.

27. Serretti, A., & Mandelli, L. (2010). Antidepressants and body weight: A comprehensive review and meta-analysis. The Journal of Clinical Psychiatry, 71(10), 1259–1272.

28. Blumenthal, S. R., Castro, V. M., Clements, C. C., Rosenfield, H. R., Murphy, S. N., Fava, M., Weilburg, J. B., Erb, J. L., Churchill, S. E., Kohane, I. S., Smoller, J. W., & Perlis, R. H. (2014). An Electronic Health Records Study of Long-term Weight Gain Following Antidepressant Use. JAMA Psychiatry, 71(8), 889–896.

29. Gafoor, R., Booth, H. P., & Gulliford, M. C. (2018). Antidepressant utilisation and incidence of weight gain during 10 years’ follow-up: Population based cohort study. BMJ (Clinical Research Ed.), 361, k1951.

30. Salvi, V., Mencacci, C., & Barone-Adesi, F. (2016). H1-histamine receptor affinity predicts weight gain with antidepressants. European Neuropsychopharmacology: The Journal of the European College of Neuropsychopharmacology, 26(10), 1673–1677.

31. Hennings, J. M., Heel, S., Lechner, K., Uhr, M., Dose, T., Schaaf, L., Holsboer, F., Lucae, S., Fulda, S., & Kloiber, S. (2019). Effect of mirtazapine on metabolism and energy substrate partitioning in healthy men. JCI Insight, 4(1), e123786.

32. Arrieta, O., Cárdenas-Fernández, D., Rodriguez-Mayoral, O., Gutierrez-Torres, S., Castañares, D., Flores-Estrada, D., Reyes, E., López, D., Barragán, P., Soberanis Pina, P., Cardona, A. F., & Turcott, J. G. (2024). Mirtazapine as Appetite Stimulant in Patients With Non–Small Cell Lung Cancer and Anorexia: A Randomized Clinical Trial. JAMA Oncology, 10(3), 305–314.

33. Avena-Woods, C., & Hilas, O. (2012). Antidepressant use in underweight older adults. The Consultant Pharmacist: The Journal of the American Society of Consultant Pharmacists, 27(12), 868–870.

34. Nutt, D. J. (2002). Tolerability and safety aspects of mirtazapine. Human Psychopharmacology: Clinical and Experimental, 17(S1), S37–S41.

35. Lechner, K., Heel, S., Uhr, M., Dose, T., Holsboer, F., Lucae, S., Schaaf, L., Fulda, S., Kloiber, S., & Hennings, J. M. (2023). Weight-gain independent effect of mirtazapine on fasting plasma lipids in healthy men. Naunyn-Schmiedeberg’s Archives of Pharmacology, 396(9), 1999–2008.

36. Moscona-Nissan, A., López-Hernández, J. C., & González-Morales, A. P. (n.d.). Mirtazapine Risk of Hyponatremia and Syndrome of Inappropriate Antidiuretic Hormone Secretion in Adult and Elderly Patients: A Systematic Review. Cureus, 13(12), e20823.

37. Gheysens, T., Van Den Eede, F., & De Picker, L. (2024). The risk of antidepressant-induced hyponatremia: A meta-analysis of antidepressant classes and compounds. European Psychiatry, 67(1), e20.

38. Kharel, H., Anjum, Z., Kharel, Z., Sugastti, E. F. A., Verghese, B. G., & Kouides, P. A. (2023). Mirtazapine induced neutropenia: A case report and systematic review. Revista Hematología, 27(2, 2), 36–43.

39. Johnston, A., & Uetrecht, J. (2015). Current understanding of the mechanisms of idiosyncratic drug-induced agranulocytosis. Expert Opinion on Drug Metabolism & Toxicology, 11(2), 243–257.

40. Arnold, D. M., Kukaswadia, S., Nazi, I., Esmail, A., Dewar, L., Smith, J. W., Warkentin, T. E., & Kelton, J. G. (2013). A systematic evaluation of laboratory testing for drug-induced immune thrombocytopenia. Journal of Thrombosis and Haemostasis: JTH, 11(1), 169–176.

41. Stuhec, M., Alisky, J., & Malesic, I. (2014). Mirtazapine associated with drug-related thrombocytopenia: A case report. Journal of Clinical Psychopharmacology, 34(5), 662–664.

42. Liu, X., & Sahud, M. A. (2003). Glycoprotein IIb/IIIa complex is the target in mirtazapine-induced immune thrombocytopenia. Blood Cells, Molecules & Diseases, 30(3), 241–245.

43. Ubogu, E. E., & Katirji, B. (2003). Mirtazapine-induced serotonin syndrome. Clinical Neuropharmacology, 26(2), 54–57.

44. Berling, I., & Isbister, G. K. (2014). Mirtazapine overdose is unlikely to cause major toxicity. Clinical Toxicology (Philadelphia, Pa.), 52(1), 20–24.

45. Gillman, P. K. (2003). Mirtazapine: Unable to Induce Serotonin Toxicity?. Clinical Neuropharmacology, 26(6), 288.

46. Basavraj, V., Nanjundappa, G. B., & Chandra, P. S. (2011). Mirtazapine induced mania in a woman with major depression in the absence of features of bipolarity. The Australian and New Zealand Journal of Psychiatry, 45(10), 901.

47. Soutullo, C. A., McElroy, S. L., & Keck, P. E. (1998). Hypomania associated with mirtazapine augmentation of sertraline. The Journal of Clinical Psychiatry, 59(6), 320.

48. Bhanji, N. H., Margolese, H. C., Saint-Laurent, M., & Chouinard, G. (2002). Dysphoric mania induced by high-dose mirtazapine: A case for ’norepinephrine syndrome’?. International Clinical Psychopharmacology, 17(6), 319–322.

49. Allen, N. D., Leung, J. G., & Palmer, B. A. (2020). Mirtazapine’s effect on the QT interval in medically hospitalized patients. The Mental Health Clinician, 10(1), 30–33.

50. Horowitz, M. A., Framer, A., Hengartner, M. P., Sørensen, A., & Taylor, D. (2023). Estimating Risk of Antidepressant Withdrawal from a Review of Published Data. CNS Drugs, 37(2), 143–157.

51. Berigan, T. R. (2001). Mirtazapine-Associated Withdrawal Symptoms: A Case Report. Primary Care Companion to the Journal of Clinical Psychiatry, 3(3), 143.

52. Pombo, R., Johnson, E., Gamboa, A., & Omalu, B. (2017). Autopsy-proven Mirtazapine Withdrawal-induced Mania/Hypomania Associated with Sudden Death. Journal of Pharmacology & Pharmacotherapeutics, 8(4), 185–187.

53. Spitznogle, B., & Gerfin, F. (2019). Pruritus associated with abrupt mirtazapine discontinuation: Single case report. The Mental Health Clinician, 9(6), 401–403.

54. Cosci, F. (2017). Withdrawal symptoms after discontinuation of a noradrenergic and specific serotonergic antidepressant: A case report and review of the literature. Personalized Medicine in Psychiatry, 1–2, 81–84.

55. Khawaja, I. S., & Feinstein, R. E. (2003). Cardiovascular effects of selective serotonin reuptake inhibitors and other novel antidepressants. Heart Disease (Hagerstown, Md.), 5(2), 153–160.

56. Markoula, S., Konitsiotis, S., Chatzistefanidis, D., Lagos, G., & Kyritsis, A. P. (2010). Akathisia induced by mirtazapine after 20 years of continuous treatment. Clinical Neuropharmacology, 33(1), 50–51.

57. Raveendranathan, D., & Swaminath, G. R. (2015). Mirtazapine Induced Akathisia: Understanding a Complex Mechanism. Indian Journal of Psychological Medicine, 37(4), 474–475.

58. Yoon, W. T. (2018). Hyperkinetic Movement Disorders Induced by Mirtazapine: Unusual Case Report and Clinical Analysis of Reported Cases. Journal of Psychiatry, 21(2).

59. Praharaj, S. K., Kongasseri, S., Behere, R. V., & Sharma, P. S. V. N. (2015). Mirtazapine for antipsychotic-induced acute akathisia: A systematic review and meta-analysis of randomized placebo-controlled trials. Therapeutic Advances in Psychopharmacology, 5(5), 307–313.

60. Konitsiotis, S., Pappa, S., Mantas, C., & Mavreas, V. (2005). Acute reversible dyskinesia induced by mirtazapine. Movement Disorders: Official Journal of the Movement Disorder Society, 20(6), 771.

61. Balaz, M., & Rektor, I. (2010). Gradual onset of dyskinesia induced by mirtazapine. Neurology India, 58(4), 672–673.

62. Makiguchi, A., Nishida, M., Shioda, K., Suda, S., Nisijima, K., & Kato, S. (2015). Mirtazapine-induced restless legs syndrome treated with pramipexole. The Journal of Neuropsychiatry and Clinical Neurosciences, 27(1), e76.

63. Winterfeld, U., Klinger, G., Panchaud, A., Stephens, S., Arnon, J., Malm, H., te Winkel, B., Clementi, M., Pistelli, A., Manakova, E., Eleftheriou, G., Merlob, P., Kaplan, Y. C., Buclin, T., & Rothuizen, L. E. (2015). Pregnancy Outcome Following Maternal Exposure to Mirtazapine A Multicenter, Prospective Study. Journal of Clinical Psychopharmacology, 35(3), 250–259.

64. Ostenfeld, A., Petersen, T. S., Pedersen, L. H., Westergaard, H. B., Løkkegaard, E. C. L., & Andersen, J. T. (2022). Mirtazapine exposure in pregnancy and fetal safety: A nationwide cohort study. Acta Psychiatrica Scandinavica, 145(6), 557–567.

65. Djulus, J., Koren, G., Einarson, T. R., Wilton, L., Shakir, S., Diav-Citrin, O., Kennedy, D., Voyer Lavigne, S., De Santis, M., & Einarson, A. (2006). Exposure to mirtazapine during pregnancy: A prospective, comparative study of birth outcomes. The Journal of Clinical Psychiatry, 67(8), 1280–1284.

66. Palmsten, K., Huybrechts, K. F., Michels, K. B., Williams, P. L., Mogun, H., Setoguchi, S., & Hernández-Díaz, S. (2013). Antidepressant use and risk for preeclampsia. Epidemiology (Cambridge, Mass.), 24(5), 682–691.

67. Kieviet, N., Hoppenbrouwers, C., Dolman, K. M., Berkhof, J., Wennink, H., & Honig, A. (2015). Risk factors for poor neonatal adaptation after exposure to antidepressants in utero. Acta Paediatrica (Oslo, Norway: 1992), 104(4), 384–391.

68. Grigoriadis, S., VonderPorten, E. H., Mamisashvili, L., Eady, A., Tomlinson, G., Dennis, C.-L., Koren, G., Steiner, M., Mousmanis, P., Cheung, A., & Ross, L. E. (2013). The effect of prenatal antidepressant exposure on neonatal adaptation: A systematic review and meta-analysis. The Journal of Clinical Psychiatry, 74(4), e309–320.

69. Smit, M., Dolman, K. M., & Honig, A. (2016). Mirtazapine in pregnancy and lactation – A systematic review. European Neuropsychopharmacology: The Journal of the European College of Neuropsychopharmacology, 26(1), 126–135.

70. Aichhorn, W., Whitworth, A. B., Weiss, U., & Stuppaeck, C. (2004). Mirtazapine and breast-feeding. The American Journal of Psychiatry, 161(12), 2325.

71. Kristensen, J. H., Ilett, K. F., Rampono, J., Kohan, R., & Hackett, L. P. (2007). Transfer of the antidepressant mirtazapine into breast milk. British Journal of Clinical Pharmacology, 63(3), 322–327.

72. Sriraman, N. K., Melvin, K., Meltzer-Brody, S., & the Academy of Breastfeeding Medicine. (2015). ABM Clinical Protocol #18: Use of Antidepressants in Breastfeeding Mothers. Breastfeeding Medicine, 10(6), 290–299.

73. Mauri, M. C., Fiorentini, A., Paletta, S., & Altamura, A. C. (2014). Pharmacokinetics of antidepressants in patients with hepatic impairment. Clinical Pharmacokinetics, 53(12), 1069–1081.

74. Mullish, B. H., Kabir, M. S., Thursz, M. R., & Dhar, A. (2014). Review article: Depression and the use of antidepressants in patients with chronic liver disease or liver transplantation.

75. Rogal, S. S., Hansen, L., Patel, A., Ufere, N. N., Verma, M., Woodrell, C. D., & Kanwal, F. (2022). AASLD Practice Guidance: Palliative care and symptom-based management in decompensated cirrhosis. Hepatology (Baltimore, Md.), 76(3), 819–853.

76. Nagler, E. V., Webster, A. C., Vanholder, R., & Zoccali, C. (2012). Antidepressants for depression in stage 3-5 chronic kidney disease: A systematic review of pharmacokinetics, efficacy and safety with recommendations by European Renal Best Practice (ERBP). Nephrology, Dialysis, Transplantation: Official Publication of the European Dialysis and Transplant Association – European Renal Association, 27(10), 3736–3745.

Leerdoelen

Na afronding van deze activiteit is de deelnemer in staat om:

  1. Het werkingsmechanisme van mirtazapine te beschrijven, met nadruk op de effecten op noradrenerge en serotonerge neurotransmissie via alfa-2-receptorantagonisme en 5-HT2/5-HT3-receptorblokkade.
  2. Geschikte klinische situaties te identificeren waarin mirtazapine de voorkeur verdient boven andere antidepressiva, waaronder het gebruik bij patiënten met insomnie, een slechte eetlust of wanneer seksuele disfunctie een aandachtspunt is.
  3. Veelvoorkomende bijwerkingen van mirtazapinetherapie, zoals sedatie, gewichtstoename en metabole veranderingen, te evalueren en te beheersen, met passende dosisaanpassingen voor speciale patiëntenpopulaties.

Activiteit

Oorspronkelijke publicatiedatum: 16 mei 2025
Vervaldatum: 16 mei 2028
Expert: Sebastián Malleza, M.D.
Medisch redacteur: Flavio Guzmán, M.D.

Relevante financiële belangen:

Geen van de experts, planners en reviewers van deze educatieve activiteit heeft over de afgelopen 24 maanden relevante financiële relaties te melden met niet in aanmerking komende bedrijven waarvan de kernactiviteit bestaat uit het produceren, op de markt brengen, verkopen, doorverkopen of distribueren van zorgproducten die door of bij patiënten worden gebruikt.

Instructies voor deelname en credit

Deelnemers moeten de activiteit online voltooien binnen de hierboven vermelde geldigheidsperiode van de credit.
Volg deze stappen om CME-credit te verdienen:

  1. Bekijk de vereiste educatieve inhoud op deze cursuspagina.
  2. Vul de evaluatie na de activiteit in om de feedback te geven die nodig is voor doorlopende accreditatie en voor de ontwikkeling van toekomstige activiteiten. LET OP: het invullen van de evaluatie na de quiz is vereist om de verdiende credit te ontvangen.
  3. Download uw certificaat.

Let op: de voltooiingsdatums van CME- en SA CME-certificaten worden vastgelegd in UTC. Afhankelijk van uw lokale tijdzone kunnen activiteiten die laat op de dag worden voltooid op uw certificaat de datum van de volgende dag krijgen.

Contactgegevens: Voor vragen over de inhoud van of toegang tot deze activiteit kunt u contact met ons opnemen via support@psychopharmacologyinstitute.com

Accreditatie

Artsen

Accreditation Statement:
This activity has been planned and implemented in accordance with the accreditation requirements and policies of the Accreditation Council for Continuing Medical Education through the joint providership of Medical Academy LLC and the Psychopharmacology Institute. Medical Academy is accredited by the ACCME to provide continuing medical education for physicians.

Accreditatieverklaring (referentievertaling): Deze activiteit is gepland en uitgevoerd in overeenstemming met de accreditatie-eisen en het beleid van de Accreditation Council for Continuing Medical Education, via het gezamenlijke aanbod van Medical Academy LLC en het Psychopharmacology Institute. Medical Academy is door de ACCME geaccrediteerd om nascholing voor artsen te verzorgen.

Credit Designation Statement:
Medical Academy designates this enduring activity for a maximum of 0.5 AMA PRA Category 1 credit(s)™. Physicians should claim only the credit commensurate with the extent of their participation in the activity.

Verklaring credittoekenning (referentievertaling): Medical Academy kent aan deze blijvende activiteit maximaal 0.5 AMA PRA Category 1 credit(s)™ toe. Artsen dienen alleen de credit te claimen die overeenkomt met de omvang van hun deelname aan de activiteit.

Verpleegkundigen — De ANCC erkent AMA PRA Category 1 Credit(s)™ als contacturen, volgens de volgende omrekening: 1 CME = 1 contactuur. Al onze inhoud betreft psychofarmacologie, dus de farmacologie-uren op uw certificaat komen overeen met de credits die voor die activiteit zijn toegekend. Het certificaat vermeldt ze op een eigen regel, los van de verklaring over de toekenning van credits. Dit is ook van toepassing op de verlenging van de APRN-farmacologielicentie. Verpleegkundige beroepsorganisaties definiëren farmacologie-CE op hun eigen manier; bevestig daarom bij uw beroepsorganisatie dat dit de documentatie is die zij verwachten.

Physician assistants — De NCCPA accepteert AMA PRA Category 1 Credit™ van aanbieders die door de ACCME zijn geaccrediteerd, ter ondersteuning van de certificeringshernieuwing voor physician assistants. De vereisten worden vastgesteld door de NCCPA; bevestig bij hen wat uw huidige cyclus vereist.

Artsen buiten de Verenigde StatenAMA PRA Category 1 Credit™ kunnen worden toegekend aan artsen, ongeacht het land waar zij bevoegd zijn om de geneeskunde uit te oefenen. Artsen die AMA PRA Category 1 Credit™ willen omzetten in CME-credits van de UEMS-European Accreditation Council for Continuing Medical Education (ECMEC®s), kunnen contact opnemen met de UEMS via mutualrecognition@uems.eu. Of deze credits meetellen voor een nationale nascholingsverplichting, wordt bepaald door de bevoegde instantie van elk land.

Verklaring over het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI)

Bij de ontwikkeling van deze activiteit kunnen in beperkte fasen AI-hulpmiddelen zijn gebruikt (bijv. opstellen of taalkundige verfijning). Het specifieke hulpmiddel, de versie en de gebruiksdatum zijn intern gedocumenteerd. AI wordt uitsluitend gebruikt als redactioneel ondersteuningsmiddel en vervangt geen menselijke expertise. AI bepaalt geen klinische aanbevelingen. Alle inhoud wordt beoordeeld, geverifieerd en goedgekeurd door de vermelde experts en medisch redacteuren, en weerspiegelt een onafhankelijk menselijk klinisch oordeel, in overeenstemming met de ACCME Standards for Integrity and Independence in Accredited Continuing Education.

Gratis bestanden
Gelukt!
Controleer je inbox, we hebben je alle materialen gestuurd.
Ga verder op de website
Instant access modal

Word Silver of Silver extended-lid.

2026–27 Psychopharmacology CME Program

Krijg tot 90 CME-credits.